Roken. Drie jaar geleden gestopt. Voor de honderdste keer. Maar dit keer was het anders. Ik besloot het en ik deed het. Met overtuiging en alsof mijn leven ervan afhing. Dwars door de burn-out heen. Een maand later drinken. Ik had toch al geen leven en ik moest mezelf vasthouden. Zorgen, heel goed zorgen voor mezelf, anders zou ik geheel ten onder gaan.
Het is gelukt.
En het gekke is. Ik kan me niet meer voorstellen dat ik rookte. Terwijl ik me nooit kon voorstellen dat ik niet zou roken.
Vreemd.