Wat ik mooi vind: om half zes het slaapkamerraam wijdopen zetten en nog even terug in bed. Terwijl je lekker warm in je holletje ligt stroomt de koele lucht naar binnen. En, daar gaat het om, de vogels beginnen hun concert. Eerst de merel, met zijn wondermooie zang, aan één stuk door, zonder pauze. Daarna de koolmees, de fietspomp. De hoge trillers van zijn neef de pimpelmees. Het zilveren belletje. En, die heb ik pas ontdekt, het lied van de winterkoning. Die maakt echt verrassend veel kabaal voor zo'n klein kereltje. En intussen lopen de katten heen en weer, ook die van de buren, mi casa es su casa. Om kwart over zes is het alweer licht, en ga ik uit bed, om vol goede moed aan de dag te beginnen.
Vroeger loerde ik als ik wakker was altijd dwangmatig op mijn telefoon. Die ligt nu ver weg. Er is op sommige vlakken wel sprake van enige vooruitgang.