Nieuwe gezichten in de kring vandaag, twee stuks. Eentje met een behuild gezicht die zich probeert te verstoppen in een veel te grote trui en eentje die kijkt alsof hij water ziet branden. De eerste schat ik in als depressief, de ander als een typische ontkenner. Van wat? Van alles waarschijnlijk. Ik zak wat verder onderuit en strek m'n benen, ontspan. Nieuwen gaan altijd eerst, dus met een beetje mazzel kom ik niet eens aan de beurt vanochtend. Kan ik intussen de clichees afvinken op mijn bingokaart.
Lunch. Ongemakkelijkheid zoals altijd als er nieuwe mensen zijn. Die ene die altijd dezelfde stoel wil en de ontkenner die dat niet gewoon wil accepteren. Grote trui die gedwongen aan tafel zit en constant naar beneden kijkt. Slaapwandelmeisje dat sowieso nooit lacht, maar nu ook niets meer zegt. Drie vrouwen die duidelijk een groepje vormen. En ik, zei de gek.
En de gek wil hier weg. Gewoon naar huis en laat verder maar zitten. Het zal allemaal wel, het hoeft van mij niet meer. Wat levert al dat gepraat en gegraaf nou concreet op? Nog steeds slaap ik slecht. Pieker me suf. Schaam me kapot en voel me schuldig. Zou als de mogelijkheid er was, alles aangrijpen om out te gaan. Weg te gaan. Wat er veranderd is? Alleen maar dat ik er over praat. Soms. Tegen weinig mensen, die ik het liefst niet aankijk. En wat helpt dat nou? Ik kan mezelf nog steeds niet recht aan kijken. Douche elke dag een keer of zes. Eet beroerd en kots het minstens één keer per dag weer uit. Als ik wat slaap, zijn er nachtmerries. Van pa, van die dealer, van die dealer met het gezicht van pa.
Ik kijk op, recht in de ogen van de psych, die zegt dank je wel voor het hardop denken Q.
Vooruitgang, noemen ze dat hier.