Hoi Sara, ik ben na een maand of 5 niet drinken in een paniekaanval terecht gekomen oftwel het zwarte gat ingedonderd. Er was niets en niemand meer wat de moeite van leven waard was, vond ik. Ik heb dagen in bed doorgebracht, niet in staat om ook maar een beweging te maken. Jankend en in foetushouding. Ik dacht dat ik dood ging en het interesseerde me totaal niet, het was gewoon een constatering, alles om me heen zwart, dit zal wel dood gaan zijn. Niet dat ik een doodwens had maar het maakte me gewoon allemaal niets meer uit. Het deed er niet meer toe. Ik deed er niet meer toe. Onbewust ging ik door mijn angst heen, naar mijn verdriet, mijn pijn. Ik heb heel veel gezien, mijn verlatingsangst, mijn doodsangst, mijn eenzaamheid en het intense verdriet van iemand die alles kwijt is en nooit heeft gekregen van wat er ooit aan hoop was. Leegte, leeg en zwart. Voor mijn gevoel heb ik mijn ziel er uit gejankt om het leed van de wereld, uiteindelijk ging het niet meer om mij, het ging over het leed wat de mens, de wereld zich zelf en een ander aan doet, een universeel leed ofzo. Op een gegeven moment door de tranen heen zag ik "het licht". Tjee en daar is het mooi; echt. Ik zag liefde, liefde voor mij, liefde van mij. Toen zag ik Eros, universele liefde of hoe je het ook wilt noemen. Ik was af van m'n angst voor mezelf, ik was af van het verdriet om wat mij is aangedaan, ik was af van: ik ben een gebroken mens. Ik ben, ik leef, ik heb een ziel, ik heb een keus, ik ben heel met alles wat ik in mij heb. Achteraf zie ik het als een psychose of een lsd trip of wat dan ook, maar ik was zo nuchter als ik nuchter zijn kan en ik heb de hemel en de hel gezien in mijn beleving. Ik weet niet meer hoeveel dagen het duurde of ik heb gegeten, geslapen of wat dan ook. Sindsdien kreeg ik ruimte voor mij, ruimte voor een voorzichtige nieuwe basis. Het fijnste er aan is dat ik weer blij ben geworden, zin in leven heb gekregen, voorzichtige stappen dat wel maar blije, opgeluchte stappen. M'n onderschrift hier werd: de regenboog, er kwam kleur in mijn leven. Achteraf begreep ik dat ik dat feitelijk altijd al deed in mijn verslaving, het duister opzoeken, ik deed er niet toe dus zuip maar maak je zelf maar kapot. Achteraf zag ik de patronen in mijn leven van zelfdestructie en hekel aan mezelf hebben, geprojecteerde versies van een zieke opvoeding met als gevolg een zichzelf waarmakende voorspelling (self-fulfilling prophecy). Ik heb nooit anders gekund vanaf ergens in mijn puberteit, ik moest wel het geloof waar maken dat ik nergens voor deugde. Achteraf begreep ik in welk web, zeg maar wespennest ik vast zat. Onbewust de grenzen opzoeken, onbewust gedrag en denkpatronen (depressie) vertonen die mijn er-niet-toe-doen gevoel bevestigden. Zo dat ik kon zeggen zie-je-wel. En dan moet je wel verslaafd zijn zowat, welke andere vluchtweg ligt er open dan dood of verslaving, om maar niet te voelen dat je niet bestaat. Want dat is het gevoel, er-niet-toe-doen, niet-goed-genoeg-zijn om te mogen bestaan en zo ziek zijn, onbewust, dat je de weg neemt die dat bevestigd. De clou, vind ik, ligt bij die onbewuste patronen, die oud en daarmee hardnekkig zijn, en foutief voor waar worden gezien. De werkelijkheid is anders, maar verander dat maar eens, zie dat maar eens, na 30 jaar of wat dan ook. De "klik" bij mij zit in bewustzijn, gewaarwording, wat ik dus zag door mijn verdriet heen, de zon door de regen; een regenboog. Niet buiten maar binnen. Binnen in jou, in mij, zit een zuivere kern, een onaangetaste ziel, een natuurlijke zelf, een bron van inspiratie, levenslust, passie, zingeving, geloof en liefde. Het gevoel van die ziel is alleen maar uit zelfbescherming verstopt, uit een overlevingsdrang veilig weggezet en daarna zijn we vergeten dat we die weggezet hadden, ooit toen we nog onschuldige kinderen waren. Maar dat onschuldige kind heeft nooit een zwarte ziel gekregen, wat wel onze angst is. Die onschuldige ziel is nooit werkelijk afgepakt al denken wij van wel. Toen ik in staat was om bij dat bewustzijn, die gewaarwording te komen, die dus achter angst, verdriet, boosheid zit, toen begon er een voorzichtige start van thuis komen bij mezelf, m'n oorsprong, m'n bestemming en van daaruit de puinhopen van 30 jaar geleefd te zijn, overleeft te hebben op te ruimen maar ook los te laten. Het zij zo, het doet er niet werkelijk meer toe, ik vergeef mezelf ipv te straffen, ik probeer (en dat lukt vrij aardig) er mijn leven niet meer door te laten leiden, maar te leven vanuit een diepere kracht, een inspiratie, een teruggevonden zelf,een blij met leven zijn. Mijn puinhopen zijn niet zomaar weg, mijn problemen zijn niet in 1 klap over, verdriet om vernietigd leven is er soms. Er is nog een tweede paniekaanval geweest maar minder diep dan de eerste, ik was ook minder bang, want ik had al het vertrouwen dat het ook weer over zou gaan. Ik werk me regelmatig een slag in de rondte om verloren tijd die ik wil inhalen. Vaak sta ik stil bij: doe/voel ik dit vanuit mijn overlevings-ikje of vanuit mijn leven-ikje. M'n angsten zijn ook niet allemaal voorbij, maar ik zie, herken en begrijp het en neem mezelf dat niet kwalijk. Ik werk er aan en weet dat ik ze aan het oplossen ben of zal gaan oplossen. De bevrijding van het niet meer vast zitten is nu mijn leven, elke dag heb ik een vrije keus hoe ik met mijn leven omga, te zien als een last of een lust en van beiden heb ik genoeg in voorraad, maar de lasten slinken langzaam maar zeker, hetzij omdat ik ze oplos, hetzij omdat ik er niet meer zwaar aan til. Zou ik blijven zeulen aan mijn lasten geef me dan maar de fles terug dan hoef ik het tenminste niet zo hard te voelen dat ik leven kapot maak. Maar dat doe ik dus niet, ik vind het veels te leuk, dat teruggevonden, verloren gewaande leven in mij. Sara, ik kan je niet mijn blij-met-leven-zijn geven, want jou-blij-met-leven-zijn zit in jou. Wel wens ik je toe dat je die weet terug te vinden. Ik kan alleen maar tipgever, lotgenoot zijn. Je geloof in God is hetzelfde geloof als in je innerlijke zelf, denk ik. Vertrouw er op dat er na je drijfzand vaste grond is en geen eindeloze diepte.