Hier de impassant. Zelfs de oordruppels volgen hun weg maar tot halverwege. En raken niet het diepste binnenste. Verzwelg ik nu in zelfmedelijden, of is het de weg. Ik klauter kreunend bij de berg omhoog. Zie het een beetje somber en zwaar in mijn hoofd. Ik heb toch wel het dieptepunt bereikt, stond ik niet al met mijn rug tegen de muur? Omkijken in een dichte mist, genieten van de weg er naartoe is even niet. Maar morgen trekt de mist weer op en zal alles helder zijn. Volgende week naar de dokter. Zonder die pillen was ik ook al hier. Ik zit weer in mijn eind-novemberdip, te voelen dat ik groei. Maar zonder een snaar die het wat schelen kan. Straks naar een verjaardag. Mijn beste masker uit de kast. Dan nog naar die bloody-ikea. Ik maak mijzelf tot last. Het liefst ga ik in bed, met de platte dons en slaapzak over m'n benauwde kop. Het kan niet, ik moet wat doen. Was ik nou toch maar die beer geworden, dan hield ik nu mijn winterslaap. Ik lees jullie met een afstandelijke ontroering. Het is mooi geweest, ik taai even af. Morgen nog de heilige baardmans met optredens binnenhalen. En dan.. Is het zondag. Kippenvel. Met spijt of opgeheven hoofd... Of met een kop tot rust in bed.