Drink nog een kopje kruidenthee. Slaap wou niet echt komen nog. Voel me wel wat rustiger. Niet gaan drinken, want ik weet dat lost niets op. Het is moeilijk. De grootste knoop is doorgehakt natuurlijk. Maar nu de evenzo belangrijke rest. Dat houdt me bezig. Er is momenteel niet veel tijd om te praten. Dat maakt me onrustig. En soms wil ik huilen, maar dan lukt het niet. Dan moet ik eerst wat lozen. Daarna komen de tranen vaak. Van opluchting. En dat het goed is. Ook hier red ik me weer uit. Op eigen benen staan. Ik rook er nog één. Dan duik ik weer. Hetzij nog even in mijn boek.