buizen1 bui·zen onovergank. werkw.; buisde; h. gebuisd (1540 'onmatig drinken') van een I.-E. stam met de betekenis 'zwellen', vgl. boos, buil (bult), puilen 1 (gewestelijk, informeel) veel sterkedrank gebruiken, drinken, zuipen buizen2 bui·zen overgank. werkw.; buisde; h. gebuisd 1 (gewestelijk) in de zak steken Bron: Van Dale BAMMIE??? Ga je zuipen of wat? PS: Witregels weggehaald.